Bekritiseerd, maar niet geknakt..

Zingen!!!

Dat doet het duo, om te beginnen tijdens de Kampvuurconcerten van Sky Radio.

'Een verhaal van vier maal niks' en 'teksten die de prullenbak in hadden gemoeten'. De recensies van de laatste voorstelling van Acda en De Munnik waren even duidelijk als vernietigend. Eén ding viel de bedenkers van rockmusical Ren Lenny Ren wel op. ,,Wij zelf werden eigenlijk nergens aangevallen. Iedereen nog bedankt.''

Desalniettemin nam het cabaret/muziekduo de kritiek wel serieus. Thomas Acda: ,,Het is jammer dat de critici het niet mooi vonden. Op sommige punten hadden ze ook gelijk. Natuurlijk hebben we fouten gemaakt. Sterker: in de voorbereiding ging alles mis wat mis kon gaan. En alles wat goed kon gaan ook.''

Paul de Munnik: ,,Dat daar iets van wordt gezegd, begrijpen we. Maar er waren ook recensenten die een duidelijk gebrek aan vakkennis en theaterliefde etaleerden. Tjonge, wat gingen die tekeer - zonder enige boodschap. Tuurlijk raakten we daardoor best even opgefokt. Maar ach, het publiek vond het in elk geval leuk en wij ook. Dat is voor ons het belangrijkste.''

Toch volgen de twee het advies van de meeste journalisten - 'Ga gewoon weer lekker zingen' - wel op. De Munnik: ,,We gaan inderdaad vanaf januari weer met een liedjesprogramma de theaters in. Maar dat doen we echt alleen omdat we daar zelf weer zin in hebben.''

Eerste 'normale' optreden in lange tijd wordt één van de Kampvuurconcerten van Sky Radio. Voor ongeveer 100 man zingen de twee in de duinen hun bekendste nummers. ,,Enger dan het grootste optreden'', vindt De Munnik. ,,Je ziet het gezicht van alle toeschouwers. En zij zien ook alles. Vooral wat er fout gaat.''

De verwachtingen van Acda en De Munnik voor het concert blijven beperkt tot 'vooral een hoop meligheid'. Toch verheugen ze zich op het directe contact met het publiek. ,,Dat hadden we vroeger in cabaretclub Toomler ook'', herinnert Acda zich. ,,Maximaal 120 man en er gebeurde altijd wat. Die keer dat ik moest plassen bijvoorbeeld. Paul zou ondertussen wel even het nummer Lopen tot de zon zingen. Op de wc hoorde ik hem drie keer verkeerd beginnen. Bij de vierde keer ben ik in het publiek gaan staan luisteren. Bleek dat we toch iets te veel gedronken hadden. Maar het was zo'n leuke show dat we nog een uur doorspeelden.''

De twee traden al eens op tijdens grote festivals als Parkpop en Lowlands. Maar, zeggen ze, dat soort massa-optredens past hen niet. ,,Op Pinkpop horen wij bijvoorbeeld niet thuis. Dat podium is voor R.E.M. en Lenny Kravitz. Het publiek daar zit gewoon niet op ons te wachten.''

Die zelfkennis is een groot goed voor een artiest, benadrukt Acda. ,,Freek de Jonge vroeg eens of we het publiek hadden dat we wilden hebben. Ik begreep hem pas toen we een keer voor een zaal vol blauwgrijze permanentjes stonden. Al na een paar stevige opmerkingen vertrokken de eersten. Toen heb ik maar een stel harde grappen extra gemaakt. Niet dat we zo grof zijn, maar we willen wel ongestoord liedjes kunnen zingen en verhalen vertellen.''

Inmiddels weet elke bezoeker wat hij van Acda en De Munnik kan verwachten: gedragen Nederrock met pianobegeleiding en grappen tussen de nummers door. Het duo zelf kent de zalen van Nederland inmiddels ook. ,,In Drachten hoef je niets te verwachten tot het afgelopen is. Pas dan reageert het publiek. En in Limburg is iedereen altijd eerst doodsbang voor ons, om vervolgens langzaam te ontdooien.''

Een ouderwetse ruzie met iemand uit de zaal hebben de twee al tijden niet meer gehad. Ook onderling blijven de irritaties beperkt. Acda: ,,Het eerste half jaar hadden we afgesproken in de kleedkamer alles te zeggen wat ons frustreerde. Dat was soms oorlog, maar het luchtte wél op. Tegenwoordig vechten we nauwelijks meer. Met Paul is ook geen ruzie te krijgen. Hoe ik het ook probeer.''

De Munnik: ,,Klopt. En met Thomas is geen ruzie te houden.'' Acda: ,,We zijn het vleesgeworden poldermodel.''