Acda en De Munnik gaan op nieuwe plaat terug naar de basis • Ook drang om weer echt theaterprogramma te maken

Nachtmuziek. Thomas Acda en Paul de Munnik zijn twee namen die niet meer weg te denken zijn uit de Nederlandstalige popmuziek. Morgen verschijnt Nachtmuziek, hun zesde studioalbum. Een plaat waarop het duo – samen met David Middelhoff, Dave van Beek en JB Meijers – teruggaat naar de basis. Metro sprak met Acda en De Munnik over de nieuwe plaat en verwachtingen voor de toekomst. “Ik had er eigenlijk een hard hoofd in, want op een gegeven moment is het gewoon ‘op’.”

Wat is de overeenkomst tussen Tröckener Kecks, De Dijk, Frank Boeijen en Acda en De Munnik?
Thomas: Euhm, het is meer ‘wie hoort er niet in dit rijtje’. Gokje: de rest is allemaal vijftien jaar langer bezig dan wij?
Paul: Ik vind het wel een heel mooi rijtje om tussen te staan.
Thomas: Wist je dat ik mijn boeken tegenwoordig bij Leo Kenter, de drummer van Tröckener Kecks, koop?
Paul: Ik denk niet dat hij dat bedoelt, haha.

Ik zocht eigenlijk naar JB Meijers, de producent van de plaat… Hij produceerde eerder ook albums van de andere drie artiesten. Je hoort zijn geluid heel duidelijk terug op jullie nieuwe album Nachtmuziek.
Thomas: Absoluut, maar die man is briljant!
Paul: Hij heeft heel goede ideeën.
Thomas: JB stelt ook wel eens iets voor, maar weet het dan zelf niet zo goed. Totdat hij het doet, dan is het altijd goed.
Paul: Alles wat hij doet, is ook wonderschoon. Hij verrast ook vaak met heel bijzondere geluiden.
Thomas: Wat het ook leuk maakt, hij speelt ook altijd zelf mee. Hij maakt deel uit van de band. Een soort meespelende coach.

Wordt het daardoor niet te vrijblijvend?
Thomas: Hij is zeker niet vrijblijvend, maar doet net alsof. Dat is juist het leuke.
Paul: Nou ja, het werd op een gegeven moment wel een beetje te vrijblijvend, waardoor sommige nummers niet helemaal uit de verf kwamen. Toen hebben we ons alsnog opgesloten in de studio om te knallen en het vrijblijvende eraf te halen.
Thomas: Het is net je moeder. Je voelt je heel vrij, maar doet alles wat hij zegt. En hij is muzikaal briljant, kan alle instrumenten bespelen.
Paul: En als hij een instrument niet kan bespelen, dan leert hij dat binnen vijf minuten.
Thomas: Niet alleen instrumenten trouwens. Op een gegeven moment had Pauls schoonmoeder een lemen pot uit Afrika. Binnen een halfuur haalde hij er de meest waanzinnige geluiden uit, door er alleen maar op te slaan. Terwijl het gewoon een bloempot is!

Jullie storten op Nachtmuziek nogal wat ellende over ons uit…
Paul: Is dat zo?

Als je goed naar de teksten luistert, zijn het best heel zware onderwerpen…
Paul: Tja, wat moet ik daar op zeggen?
Thomas: Misschien ‘sorry’, haha.
Paul: Ik heb het idee dat wij altijd wel over de wat zwaardere onderwerpen hebben geschreven en gezongen. Het ging nooit over ‘wat zijn de blaadjes toch mooi geel in de herfst’ maar over dingen die doodgaan of zaken die niet goed gingen.

Nu hebben jullie in je eigen levens de laatste tijd wat tegenslag gehad. Kunnen we stellen dat Nachtmuziek als een soort van therapie dient?
Thomas: Nee joh, je schrijft over dingen die je meemaakt en die je bezighouden. Dat is altijd zo geweest.
Paul: Al vanaf de eerste plaat wordt aan ons gevraagd: is het allemaal autobiografisch? Het antwoord is ‘ja’, maar dan wel met de toevoeging dat het niet altijd waar hoeft te zijn. De ene keer is het één op één waar en de andere keer is het…
Thomas: Het is nooit één op één waar. De eerste twee zinnen zijn één op één waar, daarna moet het gewoon rijmen.
Paul: En met het rijmen ga je al liegen.
Thomas: Onze liedjes gaan gewoon letterlijk over wat ons bezighoudt. Ik zou ook niet weten wat dan de lichtere onderwerpen zijn. Wij zien het niet als zware of lichte onderwerpen, maar gewoon onze onderwerpen.
Paul: Ik bedoel het niet vervelend, maar waar zou jij ons dan een liedje over willen horen zingen?

Ik waardeer jullie muziek juist omdat jullie over de wat donkerdere onderwerpen zingen. Tegelijkertijd is het heel herkenbaar, omdat ik het ook in mijn eigen leven meemaak. Al moet ik eerlijk toegeven dat dat gevoel na jullie eerste drie albums wat minder werd… Met Nachtmuziek is het gevoel van jullie debuut weer helemaal terug.
Thomas: Goh, dat hebben we nu al een paar keer gehoord. ‘Jullie hebben je debuutalbum overtroffen.’ Dat schijnt in popjournalistenland best bijzonder te zijn. Dat jij je debuutalbum overtreft.

Voelen jullie dat zelf ook zo?
Paul: We hebben voor deze plaat wel geprobeerd iets terug te halen van de manier zoals het vroeger ging. Niet dat wij de laatste jaren van het pad afgedwaald zijn, maar we wilden gewoon eens iets anders doen. Op een andere manier muziek maken, een andere benadering. Op een gegeven moment dachten wij: hoe ging dat vroeger ook alweer? Oh ja, gewoon met zijn tweeën en een liedje, later kwam David (Middelhoff, red.) erbij. Dat voelde altijd heel fijn, dus waarom niet. Misschien dat daar ook iets van doorsijpelt op de plaat, dat het persoonlijke weer iets meer naar voren komt.
Thomas: Je kunt het niet voorspellen en daarom is het heel prettig dat de plaat op de één of andere manier toch goed valt. Ik had er zelf een hard hoofd in. Op een gegeven moment is het gewoon ‘op’. Een mens kan maar één trucje.

Jij was bang dat jullie houdbaarheid verstreken was?
Thomas: Bang niet, ik vond het niet eens zo erg. Ik had mij er wel op voorbereid dat het niet meer in de mate zou zijn zoals tot twee jaar terug. Maar als ik alle reacties zo hoor, dan vrees ik dat het weer druk wordt, haha.

De eerste single van Nachtmuziek is ‘Dan Leef Ik Toch Nog Een Keer’. Maken Acda en De Munnik een herstart, of moeten we er een niet al te diepe betekenis achter zoeken?
Thomas: Zie het als onze versie van ‘what doesn’t kill you, makes you stronger’. Als je geen zelfmoord hebt gepleegd of niet dood bent, dan viel het toch nog wel mee.
Paul: Het leuke aan dat nummer is dat je het op verschillende manieren kunt opvatten. De herstart zit er ook zeker in, want we doen het nu weer zoals vanouds.

Wat bedoel je precies met vanouds?
Paul: Je moet jezelf af en toe opnieuw uitvinden. Acht jaar lang ging het alleen maar omhoog met ons. Op een gegeven moment stagneert dat dan. Dan denk je: ligt dat aan ons, of is het publiek ons zat?
Thomas: Je bereikt op een gegeven moment het punt dat het niet meer allemaal hetzelfde is en vanzelf gaat én op die manier gewaar-deerd wordt. Meer artiesten zijn gaan experimenteren.
Paul: Wij zijn na drie platen en drie theaterprogramma’s van onze formule afgestapt. Dat moest ook, want het gevaar dat het sleur zou worden of slechter zou worden, lag op de loer. Na drie, vier jaar beslis je dan weer een ouderwets programma te maken met een album op de oude leest geschoeid. Dan bekruipt je wel even de angst: is dat er nog wel?

Toen jullie met de opnames begonnen, hadden jullie geen platenmaatschappij. Jullie hebben alles zelf moeten betalen. Bracht dat extra druk met zich mee?
Thomas: Zo duur is het ook allemaal niet hoor, het grootste deel is opgenomen in de studio van JB. Maar het voelde wel weer een beetje zoals toen wij destijds ons debuut opnamen. Sterker nog, ik heb zelfs nog zitten inzingen vanaf de achterbank van mijn Landrover. De studio van JB was zo klein, dat er vanuit het raam een kabel naar mijn Landrover werd getrokken. Op dat moment dacht ik wel: ik heb het écht ver geschopt, haha. Anderhalf miljoen platen verkocht en dan zit ik vanuit de achterbak van mijn Landrover iets in een microfoon te kotsen. Ergens was dat ook wel weer heel prettig.

De romantiek was terug?
Paul: Zeker. Al hebben wij nooit zoiets gehad van: nu gaan we eens een heel vette studio huren en met zijn allen in leren banken hangen.
Thomas: Wij waren ook best streng voor onszelf, hebben ook zeker een stuk of vier nummers keer op keer opgenomen omdat we niet tevreden waren. JB is ook keihard daarin, hij heeft Paul wel drie keer naar huis gestuurd. ‘Jij kunt veel beter, ga maar weg’, zei hij dan. En toen was het goed, haha.

Jullie gaan ook weer het theater in. Wat kunnen we verwachten: een liedjesprogramma of gaan jullie ook weer grappen maken?
Thomas: Tot en met januari alleen maar de liedjes, met af en toe een flauwe grap die spontaan ontstaat tussendoor.
Paul: In de tussentijd verzamelen wij ideeën, filosoferen het door en moet het uitgroeien tot een echt theaterprogramma. Ik voel wel heel erg de drang om weer een echt theaterprogramma te maken.

Bron: Metro