We zijn wel eens klaar met die jongens
JOS BLOEMKOLK
Thomas Acda (35) en Paul de Munnik (31) hebben nu drie keer een theaterprogramma gemaakt over twee jongens die elkaar tegenkomen. Ze hebben een beetje genoeg van die jongens, al zijn ze het natuurlijk ook zelf.


Acda en de Munnik gaan na hun drie succesvolle theaterprogramma's een andere richting op.De Munnik: ''We zaten niet vast, maar we hebben het wel gezien. Twee jongens die elkaar tegenkomen. Dat hebben we ze nu drie keer laten doen. We zijn wel eens een keer klaar met die jongens. We willen iets groters, met meer mensen.''Acda: ''We hebben een mooi idee, maar het is lastig er iets over te zeggen. Als het fout gaat, ben je de lul. Ik weet precies hoe het eruit moet zien. Nu moet het alleen nog geschreven worden.''

De Munnik: ''Het laatste programma schreef zichzelf.''Acda: ''We waren het tweede programma aan het maken in de tuin van onze regisseur Ruut Weissman, maar daar kwamen we niet zo goed uit. We wisten wel wat het derde moest zijn. Het moest een trilogie worden.''

De jongens rusten even uit en kijken terug. Daarbij hebben ze vijf cd's in handen: Trilogie, de neerslag van hun drie programma's, en een boek met theaterteksten en bladmziek. Die cd-box is een goede reden voor een opgewekt onderhoud met vertegenwoordigers van de pers, georganiseerd door platenmaatschappij Sony, op een plek die past bij Grote Artiesten: een ontvangstzaaltje in The Grand.

Acda en De Munnik reageren met gepaste ironie. ''Excuses voor de ontvangst!'' roept Acda. ''We zijn de suite gewend.''Het duo treedt een tijdje niet op. Niet alleen om uit te rusten, maar ook om ''weer dingen mee te maken'' (De Munnik).

Maar is optreden dan geen belevenis?De Munnik: ''Het is toch voortdurend onderweg zijn. Moet je het daar dan over hebben? Liedjes over je vrouw die thuisligt.''Acda: ''Of over de bierblikjes op de vloer van de bus.''De Munnik: ''De trilogie was ook al reflectie op het optreden, maar verder waren we alleen aan het spelen.''Acda: ''We gaan in de zomer een cd opnemen, voor het eerst zonder programma.''De Munnik: ''Met nummers die dus niet ingespeeld zijn. Het meeste moet nog geschreven worden. Maar we willen niet te lang in de studio zitten. Net zo lang als bij onze eerste cd in '96. Vier weken.''

Acda: ''Het moet niet zo mooi zijn bij ons. Bij anderen moet dat wel. Die doen er subtiele computergeluiden doorheen. Dat zal je bij ons niet horen. Wij groeien meer in de naaktere zin. Dat deden we op de vorige cd ook al: drumtracks weghalen.''De Munnik: ''Kale nummers, enkel piano. (fluistert:) Zet die gitaar maar in de kluis.''Acda: ''Haalden ze de gitaar eraf, terwijl ik sliep! Bij de eerste plaat riep Sander Jansen, de producer: 'Het was niet goed, maar wel mooi.' Hup, volgende nummer. Er staan 64 fouten op die plaat, ik heb ze geteld.'

'Acda en De Munnik hebben mooie harmonieën. Ze zingen niet een eerste stem met een reguliere tweede stem. Ze zingen contramelodieën.De Munnik: ''Het gebeurt wel dat ik een nummer maak met tweestemmige zang, maar dan zegt Thomas dat hij die melodie niet interessant vindt. Hij maakt hem anders, waardoor die van mij ook weer moet veranderen. Uiteindelijk kom je uit op iets dat we allebei goed vinden. Het zijn eigenlijk twee eerste stemmen.''

Acda: ''We zijn geen Simon en Garfunkel. Simon met zijn rustige, brede stem en Garfunkel met zijn veel ijlere stem. Paul heeft een heel brede stem. Vijf strepen zeg maar, terwijl ik er maar drie heb. Hij omvat meer, kleurt meer. Toch zingt hij vaker de hoge stem dan ik.''De Munnik: ''Je hoort vaak niet eens wie wat zingt.''

Ze hadden hun eerste grote hit, Niet of nooit geweest, in 1998, toen ze hun tweede programma speelden. Even kregen ze ook publiek dat verkeerde verwachtingen had en voor het concert van een hitband kwam.De Munnik: ''Maar dat duurde maar een week of twee. Als we Niet of nooit geweest buiten ons programma speelden, op de Dam tijdens de Uitmarkt bijvoorbeeld, zeiden we er ook altijd nadrukkelijk bij: Dit komt uit ons tweede theaterprogramma."

Acda: ''We hebben in augustus '98 een korte muziektour gedaan, Op voorraad, met zes, zeven optredens per week. Dat hadden we niet moeten doen. Het sloeg op onze stemmen. En daar kregen we dan Prednison voor, dat werkt op de weke delen.''De Munnik: ''Artsen in de kleedkamer, die je inspuiten.''Acda: ''Het is een theorietje van mij dat Paul en ik steeds meer op elkaar gaan lijken. Als er wat op mijn stem zit, komt dat ook op zijn stem. Je voelt op den duur hetzelfde. En vergeet de invloed van de magnetron niet, natuurlijk. (lacht) Dat moet nog onderzocht worden: wat die magnetron met ons doet.''

De mannen doen op dit moment weinig, maar zitten niet helemaal stil. Het schrijven gaat door. Thomas Acda had, op verzoek van de uitgever van een bundel gedichten en liedteksten van Paul McCartney, ook nog Beatles-vertaler kunnen zijn, maar daar heeft hij vanaf gezien.Acda: ''Aan God kom je niet. Als lokkertje zeiden ze dat ik dan McCartney persoonlijk zou ontmoeten. Maar die komt natuurlijk niet. En McCartney niet ontmoeten kan ik zelf ook regelen.''


© Het Parool, 18-4-2002